Uitspraakoefeningen onderaan.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Op school
Ik heb twee kinderen. Mijn dochter Eva is vijf en mijn zoon Max is tien.
Ze zitten op een Nederlandse basisschool. Eva zit in groep twee en Max zit in groep zes.
In Nederland beginnen kinderen vaak op vierjarige leeftijd met school.
Eva vond het geweldig om naar school te gaan! Ze speelt veel met haar vriendjes en vriendinnetjes.
We hebben Eva op tijd ingeschreven, want voor sommige scholen moet je dat heel vroeg doen. Gelukkig was er voor onze school geen wachtlijst.
Max kan zelf naar school fietsen. De school is niet ver weg.
Eva brengen we nog met de auto, omdat ze het fijn vindt om samen te gaan.
Na school gaat Eva soms naar de buitenschoolse opvang. Dat is handig, want mijn partner en ik werken allebei.
De kinderen vinden het leuk op school. Ze spelen veel, leren nieuwe woorden, en maken tekeningen.
Op mijn school vroeger was alles anders. De leraar was heel streng en we mochten bijna niets zeggen.
Maar nu is het anders. In de lagere groepen leren de kinderen door te spelen.
Ze zingen liedjes, luisteren naar verhalen, en ontdekken de wereld om hen heen.
In groep drie leren ze lezen en schrijven. Max kan al goed rekenen.
Op school leren de kinderen ook over geschiedenis, natuur en kunst.
Thuis hoeven ze niet veel huiswerk te maken, en dat vinden wij fijn.
Het belangrijkste is dat ze plezier hebben en graag naar school gaan.
Max moet binnenkort een middelbare school kiezen. Dat is spannend, want er zijn veel scholen. We gaan samen kijken welke school het beste bij hem past.
Luister, zeg na, neem op en vergelijk.
3.
Ze
zitten
op
een
Nederlandse
basisschool.
5.
In
Nederland
beginnen
kinderen
vaak …
…
op
vierjarige
leeftijd
met
school.
6.
Eva
vond
het
geweldig
om
naar
school
te
gaan!
7.
Ze
speelt
veel
met
haar
vriendjes
en
vriendinnetjes.
8.
We
hebben
Eva
op
tijd
ingeschreven, …
…
want
voor
sommige
scholen
moet
je
dat
heel
vroeg
doen.
9.
Gelukkig
was
er
voor
onze
school
geen
wachtlijst.
10.
Max
kan
zelf
naar
school
fietsen.
11.
De
school
is
niet
ver
weg.
12.
Eva
brengen
we
nog
met
de
auto, …
…
omdat
ze
het
fijn
vindt
om
samen
te
gaan.
13.
Na
school
gaat
Eva
soms
naar
de
buitenschoolse
opvang.
…
want
mijn
partner
en
ik
werken
allebei.
15.
De
kinderen
vinden
het
leuk
op
school.
…
en
maken
tekeningen.
17.
Op
mijn
school
vroeger
was
alles
anders.
18.
De
leraar
was
heel
streng …
…
en
we
mochten
bijna
niets
zeggen.
…
leren
de
kinderen
door
te
spelen.
…
en
ontdekken
de
wereld
om
hen
heen.
22.
In
groep
drie
leren
ze
lezen
en
schrijven.
24.
Op
school
leren
de
kinderen
ook
over
geschiedenis, …
25.
Thuis
hoeven
ze
niet
veel
huiswerk
te
maken, …
26.
Het
belangrijkste
is
dat
ze
plezier
hebben …
27.
Max
moet
binnenkort
een
middelbare
school
kiezen.
28.
Dat
is
spannend
want
er
zijn
veel
scholen.
29.
We
gaan
samen
kijken
welke
school
het
beste
bij
hem
past.
