START meervoud → enkelvoud

Vul van de zelfstandige naamwoorden het juiste enkelvoud in.
Voorbeeld: treinen => trein

1. 
koorden

twee koorden, één

2. 
beten (укусы)

twee beten, één

3. 
buurten (районы)

twee buurten, één

4. 
kippen (куры)

twee kippen, één

5. 
pennen (ручки)

twee pennen, één

6. 
bussen (автобусы)

twee bussen, één

7. 
buren (соседи)

twee buren, één

8. 
botten (кости)

twee botten, één

9. 
boten (лодки)

twee boten, één

10. 
maten (размеры)

twee maten, één

11. 
wegen (дороги)

twee wegen, één

12. 
daken (крыши)

twee daken, één

13. 
neuzen (носы)

twee neuzen, één

14. 
eieren (яйца)

twee eieren, één

15. 
raven (вороны)

twee raven, één

16. 
neven (двоюродные братья)

twee neven, één

17. 
steden (города)

twee steden, één

18. 
potten (горшки)

twee potten, één

19. 
poten (ноги)

twee poten, één

20. 
woorden (слова)

twee woorden, één

Scroll naar boven