Alleen-maar-pasDoor Rob / 25/06/2025 Oefening Vul het juiste woord in: alleen, maar of pas. Naam Klas 1. Ik heb vijf euro bij me. 2. Ze kwam om negen uur binnen. 3.  hij en zijn broer waren aanwezig. 4. We hebben tien minuten hoeven wachten. 5. Ik wil je wel helpen, ik heb het druk. 6. Hij woont kort in Nederland. 7. kinderen mogen meedoen met dit spel. 8. Er zijn gisteren twee mensen op het feest geweest. 9. Het is drie kilometer bij Nijmegen vandaan. 10. De winkels zijn op werkdagen open. 11. De winkels zijn tot drie uur open. 12. De winkels zijn om tien uur open. 13. Ik heb uiteindelijk tien euro verdiend. 14. Jan was op het werk verschenen. Time's up