MIDDEN jaar-jaren 260108Door Rob / 08/01/2026 Kies: enkelvoud of meervoud (jaar / jaren, uur / uren, kilo / kilo’s enzovoort) Naam Klas 1. jaar / jaren Ik woon al vijf in Nederland. 2. uur / uren Elke dag oefen ik twee op de piano. 3. minuut / minuten We hebben nog een kwartier oftewel vijftien . 4. jaar / jaren Hij heeft tien in Spanje gewerkt. 5. kwartier / kwartieren Na drie was de les klaar. 6. jaar / jaren Die gingen heel snel voorbij. 7. uur / uren Tien wachten op de trein was erg lang. 8. uur / uren De laatste twee van de reis waren zwaar. 9. jaar / jaren We hebben en geoefend. 10. kwartier / kwartieren Die in de wachtkamer duurden eindeloos. 11. kilo / kilo’s Het kind weegt twintig . 12. kilo / kilo’s Door te snoepen krijg je die er snel bij. 13. kilometer / kilometers De afstand tussen die steden is dertig . 14. kilometer / kilometers Dat zijn veel om te fietsen. 15. euro / euro’s De tas kost vijftig . 16. euro / euro’s De klant betaalt met losse . 17. uur / uren De baby slaapt elke dag twee . 18. uur / uren Die laatste waren spannend. 19. jaar / jaren Ik ben al ruim twee klaar met de cursus. 20. jaar / jaren in, uit bleef de zwerver in hetzelfde park slapen. Time's up