MIDDEN jaar-jaren 260108

Kies: enkelvoud of meervoud (jaar / jaren, uur / uren, kilo / kilo’s enzovoort)

1. 
jaar / jaren

Ik woon al vijf in Nederland.

2. 
uur / uren

Elke dag oefen ik twee op de piano.

3. 
minuut / minuten

We hebben nog een kwartier oftewel vijftien .

4. 
jaar / jaren

Hij heeft tien in Spanje gewerkt.

5. 
kwartier / kwartieren

Na drie was de les klaar.

6. 
jaar / jaren

Die gingen heel snel voorbij.

7. 
uur / uren

Tien wachten op de trein was erg lang.

8. 
uur / uren

De laatste twee van de reis waren zwaar.

9. 
jaar / jaren

We hebben en geoefend.

10. 
kwartier / kwartieren

Die in de wachtkamer duurden eindeloos.

11. 
kilo / kilo’s

Het kind weegt twintig .

12. 
kilo / kilo’s

Door te snoepen krijg je die er snel bij.

13. 
kilometer / kilometers

De afstand tussen die steden is dertig .

14. 
kilometer / kilometers

Dat zijn veel om te fietsen.

15. 
euro / euro’s

De tas kost vijftig .

16. 
euro / euro’s

De klant betaalt met losse .

17. 
uur / uren

De baby slaapt elke dag twee .

18. 
uur / uren

Die laatste waren spannend.

19. 
jaar / jaren

Ik ben al ruim twee klaar met de cursus.

20. 
jaar / jaren

in, uit bleef de zwerver in hetzelfde park slapen. 

Scroll naar boven