Modale werkwoorden #03Door Rob / 19/03/2026 Vul het meest geschikte modale werkwoord in: hoeven, kunnen, moeten, mogen, willen, zullen Naam Klas 1. Moet ik dat opschrijven? Nee, dat niet. 2. Mag ik hier zitten? Ja, dat . 3. Kan hij goed zingen? Ja, hij goed zingen. 4. Wil je koffie? Nee, ik liever thee. 5. Moet ik al om acht uur op school zijn? Nee, je pas om negen uur op school te zijn. 6. Mag ik televisie kijken? Nee, dat niet. 7. Kun je me helpen? Natuurlijk, ik je helpen. 8. Moet ik twee oefeningen maken? Nee, je maar één oefening te maken. 9. Zal ik de deur opendoen? Ja, je dat doen. 10. Zou je mij kunnen bellen? Ja, ik je bellen. 11. Moet ik dit lezen? Nee, je dit niet te lezen. 12. Mag hij naar buiten? Ja, hij naar buiten. 13. Kan ze autorijden? Nee, ze niet autorijden. 14. Wil je mee naar de winkel? Nee, ik liever hier blijven. 15. Moet ik nu gaan? Ja, je nu gaan. 16. Mag ik een appel pakken? Ja, dat . 17. Kun jij dat dragen? Nee, ik het niet dragen. 18. Moet ik dit invullen? Nee, je het niet in te vullen. 19. Zal ik thee zetten? Goed idee, dat je doen. 20. Zal ik de wolf aaien? Nou, dat ik maar liever niet doen. 21. Moet ik mijn huiswerk maken? Ja, je dat maken. 22. Mag ik dit boek lenen? Nee, je het niet meenemen. 23. Kan zij goed koken? Ja, ze goed koken. 24. Wil je een broodje? Ja, ik graag een broodje. 25. Moet hij dat betalen? Nee, hij het niet te betalen. 26. Mag ik water drinken? Ja, dat . 27. Kun je een fiets repareren? Nee, ik dat niet. 28. Moet ik komen? Nee, je niet te komen. 29. Zal ik hem bellen? Ja, je dat wel kunnen doen. 30. Bel je me terug? Ja, dat ik doen. Time's up