Om te / te / – + infinitiefDoor Rob / 12/11/2025 Klik het juiste antwoord aan: ‘om te’, ‘te’ of ‘-’ (niets). Naam Klas 1. De buurman komt vanavond even langs ____ mijn kast ____ repareren. om te te - 2. Ik kan morgen ____ niet ____ werken. om te te - 3. De chef heeft beloofd ____ de klanten ____ zullen bellen. om te te - 4. Wij hebben morgen eindelijk tijd ____ het huis ____ schilderen. om te te - 5. Sara wil met haar tante ____ naar het strand ____ gaan. om te te - 6. Het kindje probeert ____ iets ____ zeggen. om te te - 7. Vader zit rustig ____op de bank ____ lezen. om te te - 8. We gaan naar de markt ____ verse groente ____ kopen. om te te - 9. De docent vraagt de studenten ____ op tijd ____ komen. om te te - 10. De buurvrouw hoopt ____ morgen ____ verhuizen. om te te - 11. Mijn broer besluit ____ vaker ____ gaan sporten. om te te - 12. De manager komt vroeg ____ het team ____ helpen. om te te - 13. Ik mag van de dokter ____ vandaag geen koffie ____ drinken. om te te - 14. Anna is vergeten ____ de deur ____ sluiten. om te te - 15. De buurman heeft zin ___ samen ____ lunchen. om te te - 16. Gaan jullie mee ____ picknicken in het park? om te te - 17. De politie vraagt de man ____ hier even ____ wachten. om te te - 18. Mijn ouders proberen ____ eerder ____ vertrekken. om te te - 19. Peter en ik werken samen ____ de schuur mooi zwart ____ schilderen. om te te - 20. Het kind durft niet ____ alleen ____ slapen. om te te - Time's up