PLUS klein dictee 260115

Vul de ontbrekende woorden in.

1. 

Wie twee in klap slaat, lost twee op.

2. 

Tegenwoordig Jan mooi, terwijl hij die muziek vroeger .

3. 

Eerst ik de in, daarna ik de kinderen op de .

4. 

Die winkelier met voor en .

5. 

De helpt de , : twee maken samen niet veel .

Scroll naar boven