START ovt onvoltooid verleden tijd 250925Door Rob / 23/09/2025 Gebruik de onvoltooid verleden tijd (ovt) van het werkwoord. Voorbeeld: wandelen => Jan ___________ naar huis. Jan wandelde naar huis. Naam Klas 1. fietsen Jan gisteren naar zijn werk. 2. wandelen Mijn ouders altijd graag in het park. 3. maken Het meisje een tekening voor haar moeder. 4. wonen Wij vroeger in een klein dorp bij Nijmegen. 5. leven De prins en het prinsesje nog lang en gelukkig. 6. reizen Naar Spanje wij met de trein. 7. leren Het slimme meisje Nederlands in één nacht. 8. luisteren De cursisten goed naar de docent. 9. horen Ik een vreemd geluid in de keuken. 10. praten We nog lang met onze vrienden over die film. Time's up