Trappen van vergelijking 01

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in.
Voorbeeld: hoog
De giraffe is hoog, de boom is hoger, maar de berg is __________
Antwoord: het hoogst

1. 
groot

Amsterdam is dan Utrecht.

2. 
klein

De hond is klein, de kat is kleiner, maar de muis is .

3. 
lang

In deze klas is Jan de jongen.

4. 
moeilijk

Chinees is dan Nederlands.

5. 
mooi, rijk

Welk land is het en van de hele wereld?

6. 
druk

In een stad is het meestal dan in een dorp.

7. 
hoog

De Dom in Utrecht heeft de kerktoren van Nederland.

8. 
snel

Een bromfiets rijdt snel, een motor rijdt veel , maar een raceauto rijdt .

9. 
aardig

Van al mijn vrienden is Joris de .

10. 
smerig

Het dier op onze boerderij is ons varken.

Scroll naar boven