Rheden A1

Inloggen

 

Les 1

Maandag 12 januari 2026, 18:00 uur

TaalCompleet A1, p. 8, §1

§1 Lees tekst 1.1.

TaalCompleet A1, p. 8, §1

Послушайте: §1 Lees tekst 1.1.

Moeilijke klanken / Трудные звуки

 

Korte en lange klinkers
> Boek: p. 13
> Website: video – 16 Lees tekst 1.3.

Belangrijk

• Verstaan en spreken: uitspraak
Woorden: wat betekenen ze?
• Zinnen: combinatie van woorden

Важно

• Восприятие (на слух) и речь: произношение
Слова: что они значат?
• Предложения: сочетание слов

Grammatica

 
 
grammatica

Zijn

Niet weglaten: 

  • Ik ben Jan.
  • Hij is Pieter.
  • Zij is Anna.
  • Wij zijn hier.
 
 

Быть

Не опускать:

  • Я есть Ян.
  • Он есть Питер.
  • Она есть Анна.
  • Мы есть здесь.
 
 

Hebben

  • Ik heb een man.
  • Hij heeft een vrouw.
  • Zij hebben een kind.
  • Wij hebben een hond.
 
 

Иметь / У меня (есть)

  • У меня муж.
  • У него жена.
  • У них ребёнок.
  • У нас собака.
 
 

Lidwoorden / Артиклы

Het Nederlands kent drie lidwoorden:
В нидерландском языке три артикля:

de / het – de man, de vrouw, het kind

een – een man, een vrouw, een kind

de man = конкретный мужчина, мы знаем, кто
een kind = неопределённый (какой-то) ребёнок, новый человек

 

Handig / Удобно

 
 
checkmark
 

Leestekst

leestekst
Sneeuw in Cuijk op 7 januari 2026.

Bij het weerstation van Bert ligt veel sneeuw. Hij meet 17 centimeter sneeuw. Dat is veel. In 2021 was er ook veel sneeuw. De laatste keer met heel veel sneeuw was in december 2010. Toen hadden we zelfs een witte Kerst.”


Door Joost Ariaans

7 januari 2026

Bert vertelt ook over 1985. Toen lag er bijna 40 centimeter sneeuw. Het sneeuwde toen een paar dagen. Er kwam steeds meer sneeuw bij.

Hoe het weer nu verder gaat, weten we niet precies. Donderdag kan de sneeuw regen worden. Maar als het later helder wordt, kan het hard gaan vriezen. Met sneeuw en helder weer kan het erg koud worden. Vrijdag kan het weer gaan sneeuwen. Bert zegt: “We zijn er nog niet vanaf.”

Bert zegt ook: 2025 was juist warm. Het was vaak droog en heel zonnig.

Klachten
Veel mensen klagen over gladde straten. Ze zeggen: de grote wegen worden eerst gestrooid. Dat vinden ze logisch. Maar ze vragen: wanneer komen de woonwijken aan de beurt? Vooral oudere mensen hebben problemen. Zij kunnen soms niet veilig naar buiten.

Sommige mensen zeggen ook: de strooiwagens doen goed werk. Mensen vragen: kunnen we zoutbakken in de wijk zetten? De gemeente zegt: nee, zoutbakken staan alleen bij openbare gebouwen.

aan de beurt zijn

быть на очереди

betekenen

означать

gebeuren

происходить

glad

скользкий

helder

ясный

klacht (de)

жалоба

logisch

логичный

meten

измерять

openbaar

общественный

openbare gebouw (het)

общественное здание

precies

точно

sneeuwen

идти (о снеге)

sneeuw (de)

снег

station (het)

станция

strooien

посыпать

strooiwagen (de)

пескоразбрасыватель

veilig

безопасный

verder

дальше

vriezen

морозить

warm

тёплый

weerstation (het)

метеостанция

zonnig

солнечный

zoutbak (de)

контейнер с солью

 

Gesprekstrainer

SpreekoefeningenProbeer steeds eerst zelf antwoord te geven op de vragen.
Klik daarna pas op Volgende om je antwoord te controleren.

Сначала всегда пытайтесь
ответить на вопросы самостоятельно.
Только потом нажимайте «Volgende»,
чтобы проверить свой ответ.

Dialoog 1 / 10 — Regel 0 / 6
Dialoog 1

Goedemorgen, mijn naam is Alla. (dag, ik ben)

Dag Alla. Ik ben ...

Ik kom uit Oekraïne. En jij? (ook)

Ik kom ook uit Oekraïne.

Hoe lang woon jij al in Nederland? (nu, twee jaar)

Ik woon nu twee jaar in Nederland.

Dialoog 2

Hebben jullie kinderen? (ja, twee)

Ja, wij hebben twee kinderen.

Hoe heten ze? (Saskia, Jeroen)

Ze heten Saskia en Jeroen.

Hoe spel je Jeroen? (dat, zo)

Dat spel je zo: J-E-R-O-E-N.

Dialoog 3

Hoe oud zijn jouw kinderen? (ze, 12, 13)

Ze zijn 12 en 13 jaar.

Naar welke school gaan ze? (basisschool, middelbare school)

Ze gaan naar de basisschool en de middelbare school.

Op welke dagen gaan ze naar school? (van maandag tot vrijdag)

Ze gaan van maandag tot vrijdag naar school.

Dialoog 4

Hoeveel dagen telt januari? (31)

Januari telt 31 dagen.

Wat zeg je als je een Nederlander niet begrijpt? (sorry, u)

Sorry, ik begrijp u niet.

Wat vraag je als een Nederlander te snel praat? (kunt u, wat, langzamer)

Kunt u wat langzamer praten?

Netklas • Nieuwe woorden, thema 1

Huiswerk

huiswerk
  1. Doe zelfstandig thuis oefeningen uit TaalCompleet A1 §1.1 t/m §1.3.
    Выполните дома самостоятельно упражнения из TaalCompleet A1, §§ 1.1–1.3.
  2. Ga naar de site van TaalCompeet A1, boek open §1.1 t/m §1.3. Video, luisteren, oefenen.
    Зайдите на сайт TaalCompleet A1, откройте книгу, §§ 1.1–1.3: видео, прослушивание, упражнения.

Welk woord is juist?

1. 
Peter is een __________.

2. 
Ik woon 3 _______ in Nederland.

3. 
Ik kom uit _________.

4. 
_________ ziens.

5. 
Mijn _________ is Harry.

Scroll naar boven