Rheden A2

Maandag 12 januari 2026, 19:45 uur

Les 1

TaalCompleet 2

Thema 1 • Verhuizen

1.1 Nieuwe buren 
1. Boek, p. 8, §1.2 – Leer de woorden /
    Website: 2 Luister naar tekst. 1.1.
2. Website: 2 – Zeg na.
3. Boek, p. 8, §1.1: doe de oefeningen 3 en 4.
4. Website: 5. Lees tekst 1.1.
5. Boek, p. 9: doe de oefeningen 6 en 7.
6. Boek, p. 9: doe oefening 8 /
    Website: 8 Waar ligt de klemtoon? 
7. Boek, p. 9, doe oefening 9 /
    Website: 9 Wat hoor je?
8. Boek, p. 10, maak oefening 10: invullen.
9. Maak de computeropdrachten bij 1.1

Uitspraak

Moeilijke klanken / Трудные звуки

Grammatica (Netklas)

Thema 1-5 • Herhalingen

1. Het woord er 
2. Het werkwoord: nu en toen
3. Modale werkwoorden
4. Worden en zijn
5. Het lidwoord

grammatica

Leestekst

leestekst
Sneeuw in Cuijk op 7 januari 2026.
Denk je dat het klaar is met die sneeuw? Bert waarschuwt: ‘We zijn er voorlopig nog niet vanaf’

Het sneeuwdek bij zijn weerstation is in jaren niet zo hoog geweest. „17 centimeter”, zegt de Overloonse weerman Bert Vloet. „In 2021 heeft het flink gesneeuwd. Maar voor de grote hoeveelheden moeten we terug naar december 2010. Toen hadden we zelfs een witte kerst.”

Door Joost Ariaans

7 januari 2026

Dat kwam sinds die tijd niet meer voor. „Twee aaneengesloten kerstdagen een wit dek. Het gebeurt zelden.” Alles valt in het niet bij de ‘stevige winter van ‘85, lepelt Vloet op. „Bijna 40 centimeter sneeuw. In meerdere dagen gevallen. Je kreeg sneeuwlaag op sneeuwlaag.”

In hoeverre de sneeuwlagen in de regio de komende tijd groeien, is niet duidelijk. „Donderdag kan de sneeuw weer overgaan in regen. Maar als het later opklaart, kan het toch weer flink gaan vriezen. Een sneeuwdek, helder weer. Dan kan het echt koud worden. Vrijdag gaan we weer terug naar de sneeuw. We zijn er voorlopig nog niet vanaf.”
Het mag dan streng winterweer lijken, we komen van een warm 2025, aldus Vloet. „Het was vorig jaar warm, droog en extreem zonnig. Een gemiddelde temperatuur – dag en nacht – van 11,7 graden. Bijna een graad meer dan normaal.”

Klachten
Ook al is het een nog zo fraai beeld, waar sneeuw valt, regent het klachten. Inwoners van Land van Cuijk en Gennep laten op social media van zich horen. Dat de doorgaande wegen het eerst aan de beurt zijn om ‘gladvrij’ gemaakt te worden, dat snappen ze wel. Maar wanneer zijn de woonwijken aan de beurt? Vooral oudere inwoners zijn volgens de Facebook-klagers de klos. Die kunnen hun huis niet uit.

De gladheidsbestrijders worden door veel mensen ook geprezen om hun werk. En inwoners willen zelf ook wel wat doen. Is het neerzetten van zoutbakken in wijken een ideetje? Niet volgens de gemeente Land van Cuijk. Dat gebeurt alleen bij openbare gebouwen.

aan de beurt zijn

быть на очереди

af zijn

избавиться от

bewolkt

облачный

de klos zijn

пострадать, быть жертвой

droog

сухой

extreem

чрезвычайный

fraai

красивый

glad

скользкий

helder

ясный

hoog

высокий

ijsvrij maken

очищать от гололёда

in het niet vallen

меркнуть на фоне

klacht (de)

жалоба

koud

холодный

Land van Cuijk (het)

Ланд-ван-Кёйк

meerdere

несколько

oud

пожилой; старый

regenen

идти (о дожде)

regio (de)

регион

sneeuw (de)

снег

sneeuwdek (het)

снежный покров

sneeuwen

идти (о снеге)

sneeuwlaag (de)

слой снега

streng

суровый

teruggaan

возвращаться

vallen

выпадать

vriezen

морозить

warm

тёплый

weerstation (het)

метеостанция

winter (de)

зима

wit

белый

zonnig

солнечный

zoutbak (de)

контейнер с солью

 

 

Gesprekstrainer

SpreekoefeningenProbeer steeds eerst zelf antwoord te geven op de vragen.
Klik daarna pas op Volgende om je antwoord te controleren.

Сначала всегда пытайтесь
ответить на вопросы самостоятельно.
Только потом нажимайте «Volgende»,
чтобы проверить свой ответ.

Dialoog 1 / 10 — Regel 0 / 6
Dialoog 1

Goedemorgen, mijn naam is Alla. (dag, ik ben)

Dag Alla. Ik ben ...

Ik kom uit Oekraïne. En jij? (ook)

Ik kom ook uit Oekraïne.

Hoe lang woon jij al in Nederland? (nu, twee jaar)

Ik woon nu twee jaar in Nederland.

Dialoog 2

Hebben jullie kinderen? (ja, twee)

Ja, wij hebben twee kinderen.

Hoe heten ze? (Saskia, Jeroen)

Ze heten Saskia en Jeroen.

Hoe spel je Jeroen? (dat, zo)

Dat spel je zo: J-E-R-O-E-N.

Dialoog 3

Hoe oud zijn jouw kinderen? (ze, 12, 13)

Ze zijn 12 en 13 jaar.

Naar welke school gaan ze? (basisschool, middelbare school)

Ze gaan naar de basisschool en de middelbare school.

Op welke dagen gaan ze naar school? (van maandag tot vrijdag)

Ze gaan van maandag tot vrijdag naar school.

Dialoog 4

Hoeveel dagen telt januari? (31)

Januari telt 31 dagen.

Wat zeg je als je een Nederlander niet begrijpt? (sorry, u)

Sorry, ik begrijp u niet.

Wat vraag je als een Nederlander te snel praat? (kunt u, wat, langzamer)

Kunt u wat langzamer praten?

Handig / Удобно

 
 
checkmark
woordenschat
 

Huiswerk

Doe de oefeningen hieronder.

huiswerk

Vul het meest geschikte modale werkwoord in: hoeven, kunnen, moeten, mogen, willen, zullen

1. 

Hoe laat ga je naar je werk? Ik pas om tien uur de deur uit.

2. 

Op het gras lopen? Nee, dat niet.

3. 

Het gras maaien? Ik het morgen wel even doen.

4. 

Frans spreken? Nee, te moeilijk, dat ik niet.

5. 

Huiswerk maken? Ja Jan, dat alle leerlingen, dus jij ook.

6. 

Huiswerk doen? Geen zin! Met andere woorden, dat ik niet.

7. 

we vanmiddag naar de bioscoop gaan?

8. 

Die vreselijke Peter en altijd zijn zin krijgen.

9. 

Als je op tijd begint, je je tenminste niet te haasten.

10. 

Het zou morgen weleens regenen.

Vul het meest geschikte modale werkwoord in: hoeven, kunnen, moeten, mogen, willen, zullen

1. 

Als je de bus nog wilt halen, je weleens opschieten.

2. 

jullie mij even helpen met schoonmaken?

3. 

je zin hebben, kom dan naar ons feest.

4. 

In Engeland het verkeer links rijden.

5. 

Kinderen, jullie alleen naar het feest als jullie om elf uur thuis zijn.

6. 

Voordat je dat apparaat gebruikt, je eerst de gebruiksaanwijzing lezen.

7. 

we straks een wandeling maken?

8. 

Onze dochter heeft een allergie: ze niet tegen gluten.

9. 

Waarom ik nog thuis ben? Ik pas om twaalf uur op mijn werk te zijn.

10. 

Het zou morgen weleens regenen.

Vul de juiste werkwoordsvorm in.
Voorbeelden:
ovt  fietsen  Ik ________ gisteren naar Gennep.   Ik fietste gisteren naar Gennep.
vtt   maken   Ik ________een boterham __________. Ik heb een boterham gemaakt.
vtt   gaan      Kees _____ naar huis ________. Kees is naar huis gegaan.

1. 
drinken

We met Jan in de stad een pilsje .

2. 
reizen

Anna gisteren met haar vriend naar Parijs .

3. 
doen

Samen drinken, dat Jan en ik vroeger nooit.

4. 
fantaseren

Marietje altijd graag over reizen naar verre landen.

5. 
kijken

  jij naar de laatste film van Spielberg ?

6. 
inademen

Voor zijn duik de zwemmer eerst diep .

7. 
zijn

Mijn broer nog nooit in Parijs .

8. 
scoren

De jonge voetballer het winnende doelpunt.

9. 
weten

Dat jouw vader blind was, ik nooit .

10. 
tekenen

Jantje voor zijn jarige oma een schattig beertje .

11. 
weten

jij echt niet wie de verkiezingen heeft gewonnen?

12. 
tekenen

Die kunstenaar altijd het liefst bij het ochtendlicht.

13. 
zijn

Napoleon XIII, wie dat?

14. 
scoren

Tiny voor het proefwerk alweer een tien .

15. 
kijken

De stonede hippie een beetje suf uit zijn ogen.

16. 
ademen

Het groene dal een sfeer van rust.

17. 
doen

Wie de suiker in de erwtensoep ?

18. 
fantaseren

Die leugenaar er weer eens flink op los .

19. 
drinken

Moeder vroeger nooit koffie, maar tegenwoordig wel.

20. 
reizen

De familie De Vries vroeger elke zomer naar Frankrijk.

Scroll naar boven