Voltooid deelwoord

Vorming van het voltooid deelwoord
Type 1 → geen voorvoegsel
regelmatig
ik-vorm
ge-[ik-vorm]-t/d
fietsen
fiets
gefietst
кататься на велике
leren
leer
geleerd
учиться
onregelmatig
vinden
gevonden
находить
eten
gegeten
кушать
Type 2 → voorvoegsel: ge-, be-, er-, ver-, ont-, her-
regelmatig
ik-vorm
[ik-vorm]-t/d
gebruiken
gebruik
gebruikt
использовать
beloven
beloof
beloofd
обещать
onregelmatig
ontlopen
ontlopen
избегать
herdenken
herdacht
чтить память
Type 3 → beklemtoond voorvoegsel (scheidbaar werkwoord)
regelmatig
ik-vorm
voorvoegsel-ge-[ik-vorm]-t/d
uitnodigen
nodig uit
uitgenodigd
приглашать
meedelen
deel mee
meegedeeld
сообщать
onregelmatig
nadenken
nagedacht
обдумывать
mislopen
misgelopen
упустить
Type 4 → onbeklemtoond voorvoegsel (onscheidbaar werkwoord)
regelmatig
ik-vorm
[ik-vorm]-t/d
mislukken
misluk
mislukt
не удаваться
voorspellen
voorspel
voorspeld
предсказывать
onregelmatig
omschrijven
omschreven
описывать
voorkomen
voorkomen
предотвратить
Type 5 → uitzonderingen (onscheidbaar)
regelmatig
ik-vorm
ge-[ik-vorm]-t/d
stofzuigen
stofzuig
gestofzuigd
пылесосить
glimlachen
glimlach
geglimlacht
улыбаться

This quiz is for logged in users only.


Scheidbaar werkwoord • Maak zinnen in de tegenwoordige tijd
Voorbeeld:
de leerling – opletten – niet => De leerling let niet op.
Begin de zin met een hoofdletter en eindig met een punt.

1. 
Jan – opstaan – om zeven uur

2. 
Ria – aankomen – op school

3. 
wij – meedoen – met de les

4. 
jij – afwassen – na het eten

5. 
de kinderen – aantrekken – hun jas

6. 
vader – aanzetten – de tv

7. 
jullie – opruimen – de kamer

8. 
ik – binnenlopen – de winkel

9. 
de trein – wegrijden – net

10. 
Peter – opbellen – zijn vriend

Vul de juiste werkwoordsvorm in.
Na ‘om’ moet je ook ‘te’ op de juiste plek invullen.

1. 
Fietsen

Ik ben gisteren naar het park .

2. 
Gedogen

De politie heeft drugsgebruik jarenlang .

3. 
Ontdekken

In 1492 heeft Columbus Amerika .

4. 
Gehoorzamen

De puber heeft eindelijk .

5. 
Erkennen, maken

Jan heeft dat hij fouten heeft .

6. 
Herhalen

De geschiedenis heeft zich weer eens .

7. 
Veranderen

De plannen zijn vanwege het slechte weer.

8. 
Beloven, opstaan

Mijn zoon had om vroeg .

9. 
Bijkomen

De patiënt na een urenlange operatie, gisteren.

10. 
Meenemen

Vergeet niet om een paraplu .

11. 
Neerzetten

Ik had mijn tas in de gang .

12. 
Binnenlopen

Om tien uur ben ik de hal van het gemeentehuis .

13. 
Nadenken

Voordat je iets duurs koopt, is het goed om even .

14. 
Tegenhouden

Piet werd door een politieagent.

15. 
Terugbrengen

Heb jij het boek al naar de bieb?

16. 
Uitnodigen

Het is zinloos om Jan , want hij komt nooit.

17. 
Mislukken

Die poging tot een wereldrecord is gedoemd om .

18. 
Voorspellen

Er is slecht weer .

19. 
Ondergaan

De zon is vandaag weer iets later .

20. 
Ondergaan

De man heeft twee hartoperaties .

21. 
Stofzuigen

Moeder heeft in anderhalf uur tijd het hele huis .

22. 
Glimlachen

Vind je het echt zo moeilijk om even voor de foto ?

23. 
Voorkomen

Met zijn ingrijpen heeft de brandweerman een ramp .

Scroll naar boven