Het is dinsdag. Acht cursistenzitten in de klas. De docent staatbij het bord. Hij heeft een boek in zijnhand. De docent groet: “Goedemorgen! Vandaagleren we de getallen en agenda’s. Kijk op bladzijde 3 van het boek.” De cursisten pakken de boeken.
De docent zegt: “Lees de tekst op het bord. En we schrijven samen.” Hij schrijft op het bord:
één, twee, drie vier, vijf, zes zeven, acht, negen
Hij vraagt: “Schrijf de getallen op papier. Hoeveel getallen zie je?” Een cursist antwoordt: “Het zijn negen getallen.” “Goed!” zegt de docent. “Wat komt na zes?” Ali antwoordt: “Zeven, acht, negen.” “Goed gedaan, Ali! Nu jullie,” zegt de docent. “Lees samen tot tien.”
De cursisten lezen de getallen. En pakken de agenda. De docent vraagt: “Welke maand is het nu?” Sofie antwoordt: “Het is april.” “Schrijf april in de agenda,” zegt de docent. “April,” herhaalt Carlos. “Goed!” zegt de docent. “Hoeveel maanden heeft een jaar?” Sofie antwoordt: “Twaalf maanden.”
De docent kijkt naar de cursisten en zegt: “Kijk naar de opdracht. Maak een zin met een getal. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb drie boeken.’ Daarna lezen we samen.” De cursisten pakken hun pennen en gaan schrijven. Ali schrijft: “Ik heb acht pennen.” Sofie schrijft: “Mijn broer is zes jaar.” Carlos schrijft: “Wij drinken twee kopjesthee.”
Na het schrijven leest iedereen zijn zin hardop. “Goed gedaan!” zegt de docent. “Jullie leren snel.” Het is pauze. De cursisten drinken koffie en thee. Buiten praten ze samen. Daarna beginnen ze met een nieuwe opdracht.
Toegang tot de microfoon toestaan.
Microfoon niet beschikbaar.
Schakel zo nodig de microfoon in bij de browserinstellingen.