A1 Spreken 4

Uitspraakoefeningen en woordenlijst onderaan.

1. In de supermarkt

Klant: Goedemiddag. Kunt u mij zeggen waar de suiker staat?
Medewerker: Goedemiddag! De suiker staat bij het brood en de melk, aan het einde van deze gang.
Klant: Dank u wel. En waar kan ik de groenten vinden?
Medewerker: De groenten zijn achter in de supermarkt, bij de koeling.
Klant: Perfect, bedankt!

2. Op de markt

Klant: Goedemorgen! Hoeveel kosten de appels?
Verkoper: Goedemorgen! De appels kosten € 2,50 per kilo.
Klant: Dan wil ik graag een kilo appels.
Verkoper: Prima. Anders nog iets ?
Klant: Nee, dat was het.
Verkoper: Dat is dan € 2,50,t.
Klant: Alstublieft, hier heeft u € 5,-.
Verkoper: Dank u. U krijgt € 2,50 terug.
Klant: Fijne dag verder!
Verkoper: Dank u wel, u ook!

3. Bij de bakker

Klant: Goedemiddag, ik wil graag een brood.
Bakker: Goedemiddag! Wilt u een wit of een bruin brood?
Klant: Een bruin brood, alstublieft.
Bakker: Prima. Had u het zo?
Klant: Ja, dat is alles.
Bakker: Dat is dan € 2,00.
Klant: Alstublieft, hier is het geld.
Bakker: Dank u wel. Fijne dag nog!
Klant: Dank u, hetzelfde!

4. Bij de kassa

Klant: Goedendag!
Kassamedewerker: Heeft u alles kunnen vinden?
Klant: Ja, dank u.
Kassamedewerker: Dat is dan € 18,75. Wilt u pinnen of contant betalen?
Klant: Ik wil graag pinnen.
Kassamedewerker: Gaat u gang .
Klant: Ogenblikje, even mijn pasje pakken. Oké, ik heb het.
Kassamedewerker: Klaar, bedankt!
Klant: Mag ik het bonnetje?
Kassamedewerker: Hier is uw bon. 
Klant: Fijne dag verder!
Kassamedewerker: Dank u, u ook!

Toegang tot de microfoon toestaan.

Microfoon niet beschikbaar.

Schakel zo nodig de microfoon in bij de browserinstellingen.
Canvas not available.

Oeps, er ging iets fout.

Probeer het opnieuw.

Dank u

 

Luister, zeg na, neem op en vergelijk.

4. Bij de koeling.

6. en de melk,

8. Dank u wel.

11. bij de koeling.

13. Op de markt

18. Nee, dat was het.

23. Dank u wel, u ook!

24. Bij de bakker

28. Prima. Had u het zo?

29. Ja, dat is alles.

32. Dank u wel. Fijne dag nog!

33. Dank u, hetzelfde!

34. Bij de kassa

35. Goedendag!

37. Ja, dank u.

41. Gaat uw gang.

43. Oké, ik heb het.

44. Klaar, bedankt!

46. Hier is uw bon.

48. Dank u, u ook!

Scroll naar boven