A1 Spreken 3

Uitspraakoefeningen en woordenlijst onderaan.

Wonen

Anne: Hallo Mark, ben jij de nieuwe buurman?
Mark: Ja, wij zijn de nieuwe buren.

Anne: Wij wonen hier ook pas een maand.
Mark: En wij pas een week.

Anne: Waar woonde je vroeger?
Mark: In Utrecht, een grote stad.

Anne: En wat vind je van het dorp?
Mark: Gezellig en rustig, heel fijn.

Anne: Is je huis groot?
Mark: Ja, groot en licht, met vier kamers.

Anne: Heb je misschien vragen?
Mark: Ja, is er een supermarkt in deze wijk?

Anne: Jawel, een supermarkt en een bakker .
Mark: Waar? Kun je me de weg wijzen ?

Anne: Ja hoor , ik loop met je mee .
Mark: Dank je. Is er ook een park?

Anne: Ja, en een speeltuintje .
Mark: O, dat is leuk voor de kinderen.

Anne: Hoeveel kinderen hebben jullie?
Mark: Maria en ik hebben twee kleine kinderen.

Anne: Hebben jullie een tuin?
Mark: Ja, een tuin met een schommel .

Anne: Wij wonen in een flat, drie hoog.
Mark: Met of zonder lift?

Anne: Met lift.
Mark: Waar laat je je fiets?

Anne: We hebben een plek in de kelder.
Mark: Dat is mooi.

Anne: Nou , ik moet weer verder. Tot ziens.
Mark: Oké, tot kijk, Anne.

Toegang tot de microfoon toestaan.

Microfoon niet beschikbaar.

Schakel zo nodig de microfoon in bij de browserinstellingen.
Canvas not available.

Oeps, er ging iets fout.

Probeer het opnieuw.

Dank u

 

Luister, zeg na, neem op en vergelijk.

4. En wij pas een week.

9. Is je huis groot?

15. Ja hoor, ik loop met je mee.

16. Dank je. Is er ook een park?

24. Met of zonder lift?

25. Met lift.

28. Dat is mooi.

30. Oké, tot kijk, Anne.

Scroll naar boven