Zelfstandig naamwoord
Enkelvoud en meervoud
Een zelfstandig naamwoord (znw) heeft in de regel een meervoud op -en of -s.
1. Meervoud op -en
- boek → boeken
- fiets → fietsen
- hond → honden
- man → mannen
- maan → manen
► Let op f-v en s-z:
- lijf → lijven
- raaf → raven
- neus → neuzen
- doos → dozen
2. Enkelvoud op -e, -en, -el, -er, -em, dan meervoud op -s
- lente → lentes
- jongen → jongens
- lepel → lepels
- fietser → fietsers
- bezem → bezems
3. Enkelvoud op -a, -i, -o, -u, -y, dan meervoud op ’s
- mama → mama’s
- ski → ski’s
- auto → auto’s
- paraplu → paraplu’s
- baby → baby’s
4. Onregelmatige meervouden
- kind → kinderen
- ei → eieren
- stad → steden
- dak → daken
- weg → wegen
|
bezem (de) boek (het) dak (het) dan doos (de) ei (het) enkelvoud (het) fiets (de) fietser (de) hond (de) jongen (de) kind (het) kopje (de) |
метла книга крыша тогда коробка яйцо единственное число велосипед велосипедист собака мальчик ребёнок чашка |
lepel (de) lijf (het) maan (de) man (de) meervoud (het) neus (de) onregelmatig op raaf (de) regel (de) stad (de) weg (de) zelfstandig naamwoord (het) |
ложка тело луна мужчина множественное число нерегулярный на ворон правило город дорога существительное |
Oefeningen
1. Enkelvoud → meervoud

Time’s up
2. Meervoud → enkelvoud

Time’s up
